Meer ruimte voor de bewoner en minder voor de zorgorganisatie

Meer ruimte voor de bewoner en minder voor de zorgorganisatie

In 2019 is in Medemblik het nieuwe Martinus, een woonlocatie voor mensen met een intensieve zorgvraag, in gebruik genomen. In de visie van zorgorganisatie Omring vormt deze woonlocatie het hart voor verbinding met de lokale gemeenschap, waarin mensen met een intensieve zorgvraag in samenspraak met het eigen netwerk zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren. We hebben een gesprek met locatiemanager Rosan van de Ven, over het resultaat na twee jaar.

Rosan, kun je uitleggen wat het idee achter dit nieuwe woonconcept is?

‘Ik ben zelf bij het project betrokken geraakt in de voorbereidingsfase. De toenmalige locatiemanager Michiel Wassenaar was te druk om de ontwikkeling te begeleiden en er werd een nieuwe locatiemanager gezocht. Ik ben zelf zeventien jaar als verpleegkundige werkzaam geweest in de acute psychiatrie. Eerst als verpleegkundige daarna in diverse leidinggevende functies. Wat mij in deze functie aansprak is dat Omring het leven van mensen met een intensieve zorgvraag centraal wilde stellen in de benadering van de zorg. Ik had dat soort trajecten in de psychiatrie ook meegemaakt. Ik weet dat zo’n transitie best ingewikkeld is omdat we in de zorg, met de beste bedoelingen, onze bewoners toch snel ondergeschikt maken aan onze eigen manier van werken. Ik heb gezien en ik geloof ook dat het anders kan. In de acute psychiatrie is, bijvoorbeeld, heel lang gedacht dat je niet zonder isoleercellen kon omdat het gedrag soms heel agressief kan zijn. Maar als je de omstandigheden verandert, kun je dat gedrag heel goed beïnvloeden. Het idee achter dit woonconcept is dat mensen met, bijvoorbeeld, dementie zo gewoon mogelijk mee kunnen blijven doen in de samenleving en dat wij als zorgorganisatie met een individuele benadering ondersteuning geven waar dat nodig is. Dat komt tot uitdrukking in zowel de huisvesting, waarbij iedere bewoner een eigen appartement heeft, als in de manier waarop we bewoners ondersteunen.’

Wat zijn jouw ervaringen na twee jaar?

‘Zoals je weet kreeg ik een dag na de officiële opening te horen dat ik ernstig ziek was. Voor mij stond de tijd toen stil. Ik ging een behandeltraject in en werd hier vervangen door een interim manager. Nu ik terug ben besef ik dat ik in een bijzondere situatie zit. Ik heb intensief meegewerkt aan het totaalconcept, inclusief het aannemen en trainen van medewerkers en van de situatie nu ben ik twee jaar geen onderdeel geweest. Het valt me op dat er op een traditionele manier wordt gewerkt in een nieuw woonconcept en dat levert allemaal ‘problemen’ op. Ik ben dat nu stap voor stap aan het inventariseren en bij aan het sturen.’

Kun je wat voorbeelden beschrijven?

‘Ten opzichte van een traditioneel verpleeghuis is er in dit woongebouw heel veel ruimte voor bewoners en relatief weinig specifieke ruimte voor de zorgorganisatie. Iedere bewoner heeft een eigen volwaardig appartement dat is geclusterd rondom een pleintje met een buurtkamer, zitjes en nisjes. We hebben ook een aantal studio’s voor mensen die tijdelijk te gast zijn. Maar we hebben bijvoorbeeld geen grote behandelruimten, kantoren en opslagruimten zoals dat in het verpleeghuis gebruikelijk was. Toen ik terug kwam was een aantal tijdelijke studio’s in gebruik genomen als opslagruimte voor de was en ik kon heel Medemblik voorzien van incontinentiemateriaal. De schuur stond vol met emballage van de leverancier van maaltijden. Op de tweede etage stonden in de voorraadkast twintig grote pakken druivensap. Het inkoopbeleid en afspraken met leveranciers waren duidelijk niet afgestemd op de nieuwe situatie. De fysiotherapie had een gang permanent in gebruik genomen als oefengebied. Ik vertel dit niet om iets belachelijk te maken. Het laat zien wat er gebeurt als je een institutionele manier van werken vertaalt naar een gebouwconcept waarin niet jouw manier van werken, maar het leven van de bewoner centraal staat. Dan ziet het er ineens belachelijk uit. De vraag is dan: waarom doen we het zo, is het nodig en kan het ook anders? Inmiddels zijn de studio’s in gebruik voor mensen die tijdelijk bij ons te gast zijn, ligt de was gewoon in het appartement van de bewoner, ruimt de fysiotherapie z’n spullen op, hebben we veel minder voorraad en komt de leverancier op de dag van levering ook z’n emballage weer ophalen.’

‘Op de traditionele manier werken in het nieuwe woonconcept, leverde allerlei problemen op.’

Martinus Medemblik
Dat klinkt als voor de hand liggende oplossingen

‘Als je de werkwijze van een systeem wilt doorbreken, moet je vooral denken in praktische oplossingen. Ik zal nog een voorbeeld noemen. Iedereen woont hier met een ZZP-indicatie. Nu  logeert hier een meneer met een intensieve zorgvraag voor een week. Daarna kan hij weer naar huis. Dan valt hij voor die week volgens onze regels onder onze eigen behandeldienst. Je kunt je voorstellen hoeveel administratieve rompslomp en onrust dat geeft, maar ‘zo doen we het hier’ is soms krachtiger dan ‘hoe kunnen we dit het best voor u regelen’.

Als dit artikel gepubliceerd wordt, kun je op het matje komen ben ik bang

‘Dat valt wel wat mee. Wat ik heel sterk vind aan Omring, is dat ze een heldere visie hebben over hoe ze in de toekomst hun bewoners willen ondersteunen. Dat vraagt een omslag in denken en werken. We zijn ons er allemaal van bewust dat je een beetje lef moet hebben en moet durven experimenteren. Dat het niet allemaal in een keer goed gaat, hoort er bij en daar hoef je je niet voor te schamen. Daarbij is het juist een cultuur die heel aantrekkelijk is voor veel medewerkers.’

‘Het label ‘zorg’ moet van heel veel activiteiten worden afgehaald.’

Waar ga je het komende jaar mee aan de slag?

‘De basis van onze visie is dat onze bewoners zo gewoon mogelijk deel uit blijven maken van de samenleving. De individuele voorkeuren en mogelijkheden van de bewoner en zijn netwerk zijn daarbij het uitgangspunt. We gaan daarbij steeds meer in gesprek over wat mensen zelf graag willen en sluiten daarop aan met onze ondersteuning. Daarbij moeten we ook helder zijn over onze eigen mogelijkheden. Als je dat niet doet, denken mensen al snel dat zodra je binnen bent alles voor je geregeld wordt. Maar in een ZZP-4 zit maar acht uur zorg in de week. Onze medewerkers moeten worden gecoacht in hoe ze zo’n gesprek moeten voeren. We gaan ook meer aan het werk om onderdeel te worden van de lokale structuur van verenigingen, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het label ‘zorg’ moet van heel veel activiteiten worden afgehaald. Zo hebben we hier nu een mevrouw wonen die liever haar eten bij een bedrijf in de stad bestelt. Ik vind dat prima. Ze woont hier met veel plezier en vindt het fijn dat ze die vrijheid heeft. Een paar weken geleden kwam hier een meneer binnen die in de palliatieve fase zit. Hij is altijd kok geweest en zijn zoon is dat ook. De zoon wilde samen met zijn vader nog een keer lekker koken. Ze hebben samen voor iedereen nog een heerlijke Italiaanse maaltijd gemaakt. Zo zouden ze het thuis ook gedaan hebben. Bij de uitvaart kreeg iedereen een glaasje champagne en een Italiaans hapje. In tegenstelling tot een institutionele benadering van de zorg gaat het er hier juist om dat je wél het verschil maakt. Dat wordt heel erg gewaardeerd. Zo wil ik ook nog een echte bewonersvereniging zodat bewoners en familie bepalend gaan worden voor hoe hier geleefd wordt. We hebben genoeg ideeën!’

Dit interview is gepubliceerd in FAME Magazine 2021


Loading...