Huisvesting van ouderen begint NOOIT bij het gebouw

Huisvesting van ouderen begint NOOIT bij het gebouw
We staan voor een nieuwe maatschappelijke opgave als het gaat om huisvesting van ouderen. Het traditionele verzorgingshuis verdwijnt snel door veranderende wensen van ouderen en de verandering in zorgfinanciering. Ouderen zijn meer dan voorheen op zoek naar een prettige en veilige woonomgeving waarin ze zo zelfstandig mogelijk hun eigen leven kunnen leiden en deel uit kunnen blijven maken van een sociaal netwerk. Deze ouderen verleid je niet alleen met een woningplattegrond en een standaard aanbod van zorg en diensten. Maar waarmee dan wel? FAME zoekt met opdrachtgevers naar het antwoord door verder te kijken dan de klant van gisteren en verschillende sociale verbindingen tot stand te brengen dicht om de ouderen heen, bij voorkeur samen met ouderen en hun eigen netwerk. Huisvesting van ouderen begint volgens de visie van FAME dus nooit bij het gebouw.
De wensen van mensen
“We beginnen altijd bij de wensen van mensen die, nu en straks, in een gebouw willen gaan wonen. Zij weten heel goed wat belangrijk voor hen is.” Anneke Nijhoff is binnen FAME verantwoordelijk voor het ontwikkelen van toekomstbestendige woonconcepten die een alternatief zijn voor het huidige, traditionele zorgvastgoed. “Hoe verschillend mensen ook zijn in hun gewoontes, persoonlijkheid, culturele achtergrond en gezondheid, er loopt altijd een rode draad door hun woonwensen. Die woonwensen van gebruikers zijn de basis voor onze woonconcepten. Daarnaast bekijken we die woonwensen ook vanuit de organisatie, zoals een woningbouwcorporatie en zorginstelling. Wat betekenen die klantwensen voor hun strategische keuzes? Mensen moeten zelf gaan betalen. Daarmee wordt de patiënt van vroeger een kritische consument. Past je aanbod niet, dan verlies je klanten. Tot slot staan we, als maatschappelijke organisaties, samen voor een nieuwe opgave om het toenemend aantal ouderen met beduidend minder overheidsfinanciering op de lange termijn zo goed mogelijk te ondersteunen. Geschikte huisvesting is belangrijk, maar er is meer nodig om een goed leven te hebben. We hebben nu eindelijk de kans huisvesting te creëren vanuit de wensen en behoeften van mensen, in samenhang met verschillende sociale netwerken. En dat is niet het verzorgingshuis zoals we dat ooit hebben bedacht, al kan het gebouw zeker nog wel bruikbaar zijn!” 
Waar komen we vandaan?
Eind jaren ‘60, begin jaren ‘70 schoten ze als paddenstoelen uit de grond: uniforme verzorgingshuizen met kleine zit-/slaapkamertjes, lange gangen en een grote recreatiezaal die vaak ook dienstdeed als kerk. Deze instituten werden gebouwd en opgericht om een ander maatschappelijk probleem op te lossen. Er was een tekort aan woningen en veel ouderen woonden alleen in een eengezinswoning. Daarnaast woonden, in grote steden, ook behoorlijk wat ouderen in slecht onderhouden of niet geschikte particuliere pensions. Met de bouw van verzorgingshuizen losten we deze maatschappelijke problemen voor een deel op. “Dus oorspronkelijk zijn verzorgingshuizen niet gebouwd vanuit de woonbehoefte of wensen van ouderen zelf. In de jaren ‘70 was iedereen van 65 jaar en ouder van harte welkom, zeker als hiermee een eengezinswoning vrijkwam. Het had toen weinig met zorg en ondersteuning te maken en nog helemaal niets met het behouden van je eigen zelfstandigheid en eigen manier van leven.”
Alles heette zorg
“Toen ik in die tijd als bejaardenverzorgster begon in huize Avondlicht in mijn dorp, woonden er bijna alleen maar fitte mensen. Ik herinner me een man die in het najaar iedere dag appels ging plukken. Deze mensen hadden niet veel zorg nodig. Dus we maakten de kamers schoon, regelden eten en drinken, gingen met de mensen op vakantie, met ze winkelen, verzorgden de post, administratie en volop sociale activiteiten. Maar alles heette ‘zorg’ en werd intramuraal gefinancierd. Eerst vanuit de wet op de bejaardenoorden en sinds begin jaren ‘80 vanuit de AWBZ. Toen wist ik al dat het niet altijd zo door kon gaan. Mensen werden steeds ouder. De vergrijzing was nog niet begonnen, maar de kosten stegen al enorm. Er werd eindeloos gebouwd. Ieder dorp had zijn eigen verzorgingshuis en daar gingen ouderen standaard naartoe als het thuis ‘niet meer ging’. Toen kwam er een indicatiecommissie. Er moest inmiddels wat meer aan de hand zijn voordat iemand naar het verzorgingshuis mocht. Maar toch, er was geen besef van en discussie over wat zorg nu eigenlijk is. Dus bleef men naast zorg allerlei ondersteunende diensten bieden, allemaal betaald vanuit de AWBZ.”

‘Verzorgingshuizen zijn nooit gebouwd vanuit de behoeftes van ouderen.’



Geen zorg maar diensten
“Als je bekijkt wat er nu gebeurt, ook in de beeldvorming, dan spreken veel mensen schande over de bezuinigingen in de zorg. En ik deel deze kritiek deels ook, maar maak daarbij wel een onderscheid. Waar hebben we het precies over? Wat is zorg en wat zijn diensten? Ik heb in mijn werkzame periode van 25 jaar in de zorg ook meegemaakt dat steeds meer kwetsbare mensen in verzorgingshuizen kwamen wonen. Als zij niet de pech hadden gehad om zo kwetsbaar te worden, dan waren ze gewoon thuis blijven wonen. Met alle kosten die daarbij horen, zoals woonlasten, eten, drinken, schoonmaak enzovoorts. Dat alles noemen we nu al veertig jaar zorg omdat het intramuraal werd gefinancierd. Maar eigenlijk is het een vorm van dienstverlening in plaats van zorg. Natuurlijk hebben mensen die kwetsbaar zijn ondersteuning nodig, maar de vraag is of dit uit zorggelden moet worden vergoed. De beleving die we hier vanuit de historie bij hebben, maakt de transitie van verzorgingshuizen nu behoorlijk ingewikkeld. Er is ooit berekend dat als iedere inwoner van Nederland 20% van zijn of haar inkomen wil inleggen ten behoeve van de AWBZ, we het huidige voorzieningenniveau van verpleeg- en verzorgingshuizen in stand kunnen houden. Ik denk dat, als we hier maatschappijbreed de discussie over aangaan, zowel die 20% als het huidige voorzieningenniveau van verpleeg- en verzorgingshuizen nog wel wat weerstand oproepen. Daarom pleit ik ervoor om de huidige transitie van verzorgingshuizen in een bredere context te plaatsen dan alleen de verontwaardiging over de dreigende sluiting van een aantal van deze huizen. Om te onderzoeken hoe ze, soms alleen opnieuw georganiseerd, weer een belangrijke functie kunnen hebben als huisvesting voor kwetsbare mensen. Niet meer naar binnen gericht maar ook als steunstructuur in buurt, wijk of dorp.”

‘We moeten de huidige transitie in een bredere context plaatsen, dan alleen de verontwaardiging over dreigende sluiting.’

Kunnen we de omslag maken? 
Wie in een verzorgingshuis kwam wonen, leverde bij de voordeur zijn autonomie en ook zijn eigen netwerk van ondersteuning door familie en verwanten in. “Wij waren als verzorgenden sterk bepalend. We hadden een loper en konden overal naar binnen. We zorgden met liefde en plezier maar toch, ons werkschema bepaalde de dagindeling van de bewoners. En dat is voor een belangrijk deel nog steeds zo. Wat we de afgelopen jaren steeds hebben gedaan, is het instituut mensvriendelijker maken. Maar het verzorgingshuis blijft een instituut met vaste systemen. Een instituut gaat altijd uit van een homogene groep. In een verzorgingshuis zetten we mensen op aandoening en leeftijd bij elkaar. Ze krijgen allemaal hetzelfde aangeboden. De manier waarop het gebouw en de zorgverenlening nu in elkaar zitten, maakt mensen afhankelijk van het personeel. Door de grote badkamer waar wel een douche-brancard in past, maar die te weinig houvast biedt om alleen te kunnen douchen. Of geen toilet in de buurt waardoor je een postoel en pospoelers nodig hebt. Deze gecreëerde afhankelijkheid is absoluut niet wat mensen die er noodgedwongen gebruik van maken ook echt willen. Alleen zijn we ons daar nog amper van bewust omdat het al zo lang op deze manier gaat. Hier hebben we dus nog een omslag te maken en die is veel meer omvattend dan alleen andere huisvesting.” 
Woonwensen van mensen als uitgangspunt
“De afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar woonwensen van ouderen: behoud van eigen leefwijze en eigen regie, veiligheid, deel uitmaken van een sociale omgeving, diensten en zorg lopen daar als een rode draad doorheen. Op deze kernwaarden baseren we als FAME onze woonconcepten. Mensen kunnen bijvoorbeeld langer zelfstandig douchen als de kraan en de douchekop niet op dezelfde muur hangen, zodat mensen ook kunnen zitten terwijl ze douchen, en bij de kraan kunnen. Zo iets simpels kan jaren zorg schelen. Deuren zijn breed genoeg en gaan met een druk op de knop open, zonder dat je met je rolstoel eerst heel snel achteruit moet om niet in de knel te komen zitten. De brievenbus hangt op rolstoelhoogte waardoor je ‘s morgens om 07.00 uur lekker zelf de krant kunt gaan halen zonder afhankelijk te zijn. Een veilige woonomgeving is meer dan goed hang- en sluitwerk. Veiligheid is ook je buurvrouw kennen en makkelijk naar buiten kunnen. Mensen willen elkaar ook spontaan ontmoeten, niet alleen georganiseerd. Op verschillende gezellige en uitnodigende plekken in de directe woonomgeving. Naast een eigen sociale netwerk is dit ook een belangrijke voorwaarde om actief te blijven en iets voor een ander te kunnen betekenen. Maak dus gebruik van die lichte plek in de gang en zet er een paar schildersezels neer. Zet een leestafel in de buurt van de brievenbussen. Dat brengt mensen samen. Verder willen mensen kunnen beschikken over diensten, zoals schoonmaak en boodschappen. Tot slot willen ze terug kunnen vallen op 24-uurs zorg. Vergeet daarbij vooral niet eerst na te gaan wat mensen zelf nog kunnen en willen. Anders blijven we het regelen vóór mensen in plaats van mét mensen. In de verzorgingshuizen regelden we alles voor ouderen, ook dingen die men nog prima zelf kon. Nu gaat het meer om faciliteren. Hoe creëren we, bij voorkeur samen, de optimale omstandigheden. Waardoor men juist de eigen zelfstandigheid en eigen manier van leven kan behouden. Dit geldt ook voor de ondersteuning; die hoeft lang niet altijd perse door professionals te worden geboden. Mensen kunnen en willen graag iets voor elkaar betekenen. Ik vind dat we op dit punt als professionals echt nog bij te leren hebben.” 

 
“Al deze wensen vertalen we behalve naar een gebouw ook naar de omgeving en samenleving waar dat gebouw onderdeel van uitmaakt. Naar verschillende samenwerkingsvormen. Alleen door de wensen van mensen als uitgangspunt te nemen, maak of verbouw je vastgoed dat goed verhuurd of verkocht wordt. De Vloot in Maassluis en Dekkershaghe in Den Haag zijn daar mooie voorbeelden van. Bewoners betalen gewoon huur en servicekosten, kunnen daarnaast kiezen voor aanvullende diensten die ze apart afrekenen en krijgen waar nodig zorg en ondersteuning. En, dat is misschien wel de kern van het succes, volop de mogelijkheid om sociaal actief te blijven.” 

‘Woonwensen van ouderen: behoud eigen leefwijze en regie, veiligheid, ontmoeten, diensten en zorg.’

Gezamenlijke maatschappelijke opgave
Door alle veranderingen in wet- en regelgeving en door de afbouw van verzorgingshuizen moeten mensen nu noodgedwongen langer zelfstandig blijven wonen. Dat wil nog niet zeggen dat deze mensen allemaal in hun eigen woning kunnen blijven. Ook al is de verhuisbereidheid onder ouderen laag, wanneer de woning niet langer geschikt is of de sociale binding in de buurt wegvalt, kiezen ze er toch vaak voor om te verhuizen. Kijken we naar het bestaande vastgoed, dan zijn er niet genoeg geschikte woningen voor deze groeiende groep. Hoe lossen we dat op?

 
“Voor mij staat het als een paal boven water dat woningbouwcorporaties, gemeentes en zorg- of welzijnsinstellingen dit vraagstuk niet alleen kunnen oplossen. Want alleen een toegankelijke woning of een thuiszorgpakket is niet voldoende. We kunnen niet langer in segmenten denken. Als we echt voor elkaar willen krijgen wat er straks nodig is, dan moeten we domeinoverstijgend samenwerken. Vanuit FAME hebben we dat totale proces al meerdere malen kunnen faciliteren. We brengen alle benodigde specifieke kennis en ervaring samen en kijken per ontwikkeling met gezonde afstand mee naar deze vraagstukken. Ik merk steeds weer dat daar onze meerwaarde zit voor klanten. In mijn werkzame periode in de zorgverlening heb ik vanuit verschillende functies ook aardig wat transities meegemaakt. Maar omdat je zo druk bent met de zorg voor de huidige bewoners is het heel moeilijk om afstand te nemen en bijvoorbeeld je blik ook op de toekomstige oudere en de bijbehorende wensen te richten. Wij vonden toen de overstap van zespersoonskamers naar vierpersoonskamers en weer later naar één- en tweepersoonskamers al een hele vooruitgang. Alleen bracht het de bewoners geen stap dichterbij eigen regie over hun leven. We verbeterden alleen het instituut. De uitdaging waar we nu samen voor staan, vraagt om een heel andere insteek. Het is niet meer alleen een vraagstuk van zorgorganisaties, het gaat ons nu allemaal aan. Dat vind ik echt een mooie en zinvolle ontwikkeling.”
Interview afkomstig uit FAME Magazine 8

Interview afkomstig uit FAME Magazine 8


Loading...