Innoveren & Ondernemen

Innoveren & Ondernemen
Wat betekent het voor een bedrijf als je écht een bewuste keuze maakt om innovatief partner te zijn voor je klanten? FAME Planontwikkeling maakte die keuze en overziet de resultaten na bijna tien jaar hard werken.
Henk Vonk: “De eerste vraag moet zijn waaróm wij die keus hebben gemaakt. Wat is de aanleiding en wat voor partner waren wij daarvoor dan precies? FAME bestond vorig jaar dertig jaar en in de loop van de ontwikkeling van het bedrijf zijn we ons gaan richten en organiseren op complexe segmenten en projecten. Herontwikkeling van wijken en winkelcentra, herontwikkeling van bestaande gebouwen en later ook van de zorgsector. 

Wij zijn er altijd van overtuigd geweest dat je complexe opgaven alleen goed kunt ontwikkelen met een multidisciplinair team. We hebben ons bedrijf zich zien ontvouwen van een clustering van bedrijven naar één multidisciplinair planontwikkelbedrijf. Het is belangrijk om dit te vertellen, want het feit dat we in deze visie en bedrijfstraditie staan heeft er ook toe geleid dat we de uiteindelijke stap konden maken van ‘leverancier’ naar partner. En die heeft te maken met een compleet veranderde omgevingscontext voor onze klantgroepen en segmenten in de afgelopen jaren.”

‘Ik heb erg moeten wennen aan het idee dat we van selling naar sharing gingen in ons bedrijfsmodel’

Een volwaardig alternatief

“In FAME Magazine nr.9 lees je een aantal verhalen van de transitie die onze partners doormaken. Het komt er in de kern op neer dat ze voor de opgave staan zichzelf en de producten die ze maken opnieuw uit te vinden. Een transitie waarin niet ‘verbeteren’ maar ‘innoveren’ het motto is geworden. In onze optiek gaat er iets mis met je toegevoegde waarde wanneer je je als bedrijf binnen die nieuwe context als leverancier blijft gedragen. De term ‘leverancier’ moet je overigens niet negatief beschouwen. Je hebt zelfs hofleveranciers, niets mis mee. Maar ik gebruik deze woorden leverancier en partner om een essentieel verschil mee te duiden. 

Het besef dat onze klanten zich opnieuw moesten gaan positioneren in een noodzakelijke systeemverandering is voor ons begonnen bij de zorgsector. Anneke Nijhoff kwam bij ons binnen met een visionaire blik op de toekomst van de zorg. Ik kan me mijn eerste gesprek met haar nog heel goed herinneren. Het was niet alleen dat ze al een jarenlange ervaring had op verschillende posities bij zorgorganisaties en woningcorporaties, maar juist haar zeer scherpe omgevingsanalyse, de consequenties daarvan, en haar gedreven en heldere visie op wat mensen met een zorgvraag nu écht nodig hebben maakten op mij een grote indruk. De zorgsector had een urgente behoefte aan een compleet nieuw perspectief. Men moest zichzelf opnieuw uit gaan vinden. Om dat te kunnen, moet je het systeem verlaten en vanuit het perspectief van de klant - dus de meneer of mevrouw met een zorgvraag - opnieuw definiëren waar behoefte aan is en op welke manier een zorgorganisatie daar invulling aan kan geven. Anneke zei: ‘Henk, als je echt iets wilt betekenen, dan moet je niet blijven meelopen in het oude stramien, maar een volwaardig alternatief bieden. Dáár ligt de echte behoefte.’
Vanaf dat moment was de relatie met onze opdrachtgevers in de zorg definitief van een andere orde. We gingen aan de slag met het ontwikkelen van integrale en samenhangende concepten als alternatief voor het traditionele verpleeghuis, verzorgingshuis en geriatrische revalidatie. Integraal in de zin van: visie op klantbehoeften, huisvesting, organisatie en werkwijze, financiering, technologische ondersteuning, inrichting, promotie. We hebben daar in de loop van de afgelopen jaren een zeer bedreven multidisciplinair team voor opgeleid en veel intern onderzoek en ontwikkeling gedaan. We hebben in dat proces vanaf het begin óók bij onze klanten een aantal pioniers gevonden met wie we op een nieuwe manier hebben samengewerkt. Met de ZZG zorggroep hebben we bijvoorbeeld een programmateam waarin mensen van FAME en ZZG zitten en onderwerpen worden uitgewerkt. En wat de geest ook scherpt, is dat je in zo’n proces een heleboel weerstand tegenkomt. Zowel op visie als bij de praktische implementatie. Die weerstand is heel goed, want wat je vooral nodig hebt is een kritische omgeving die invloed uitoefent op de kwaliteit van het eindproduct. Op dit moment werken we met al onze zorgklanten op deze manier. We zouden niet meer anders kunnen.”

‘Visie en bedrijfscultuur zijn de dragers van de vraag of je slaagt als game changer’

Kernwaarden

“Er is in de loop van de afgelopen jaren een aantal latente kwaliteiten binnen de organisatie heel expliciet verheven tot kernwaarden van ons bedrijf:

- Sterke integrale, klantgeoriënteerde visie.
- Kritisch en gelijkwaardig, zowel in de organisatie als in de relatie met opdrachtgevers met een op onderzoek en ontwikkeling gericht team.
- Visie en ontwikkeling moet je delen, niet verkopen.
- Je moet lef hebben en in staat zijn de totaalconcepten praktisch haalbaar te maken en te realiseren.

Als je in onze ervaring innovatief partner wilt zijn, moet je een sterke klantgeoriënteerde visie hebben. Zoals Hans Vos van ZZG zorggroep in het artikel in dit Magazine zelf zegt, is het voor onze klanten erg lastig om vanuit de dagelijkse werkwijze iets totaal nieuws te ontwikkelen. Wij hebben er als FAME voor gekozen om een sterk en samenhangend alternatief te ontwikkelen voor verpleeg- en verzorgingshuizen en revalidatie. Zoiets is geen blauwdruk, want je moet het verbinden met de visie en organisatie van je klant, maar het is wel een belangrijke voorwaarde. Dat is in het begin best lastig. Er zijn partijen die zeggen: en gaan jullie ons nu vertellen hoe wij het moeten doen? Daar moet je niet onzeker van worden, het is een logische vraag. En we stellen nu vast dat het een voorwaarde is voor succes.

Een andere kernwaarde moet verankerd raken in de cultuur van het bedrijf, maar ook in de cultuur van de relatie die je hebt met je klant: kritisch en gelijkwaardig. Binnen ons bedrijf hebben we natuurlijk specialisten, maar er staan geen muurtjes om de verantwoordelijkheden heen. We nodigen iedereen uit kritisch te zijn, gericht op verbetering. Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt echt wel wat om kritiek ook daadwerkelijk als iets positiefs op te vatten. Zo gaat het ook in de samenwerking met onze klanten. Daarbij hebben we een team binnen FAME dat zich bezighoudt met onderzoek, ontwikkeling en verbetering van concepten en huisvestingsstrategie. Dat onderdeel wordt steeds belangrijker.”
van ‘selling’ naar ‘sharing
“Ik heb erg moeten wennen aan het idee dat we van ‘selling’ naar ‘sharing’ gingen in ons bedrijfsmodel. We steken erg veel tijd, energie en budget in het ontwikkelen van nieuwe concepten. In dit Magazine lees je iets over het ontwikkelen van toekomstgerichte arrangementen voor verpleeg- en verzorgingshuizen. Vroeger verkocht je die informatie, maar in deze filosofie is dat niet langer volledig houdbaar. Onze klanten werken immers net zo hard mee aan het verbeteren van deze producten en zorgen ervoor dat de concepten ook daadwerkelijk geïmplementeerd worden. En natuurlijk is er wel eens een partij geweest die ‘dank je wel’ zei en zonder ons aan de slag ging, maar dat is part of the game. Uiteindelijk zien we dat ook dit punt doorslaggevend is voor succesvol innovatief partnerschap.

Een goede visie of een goed idee is pas een innovatie als het met succes in de praktijk is toegepast. Hierin komen we weer terug bij onze ingesleten identiteit van de afgelopen dertig jaar: we ontwikkelen om te realiseren. We hebben er de organisatie, maar ook de mentaliteit voor ontwikkeld om dingen écht voor elkaar te krijgen. Van het concept Beschermd Wonen hebben we momenteel een paar duizend woningen in de pijplijn. We leveren volgend jaar gemiddeld elke acht weken zo’n project op. Je moet kansen zien, risico’s durven nemen en je verantwoordelijkheid nemen om dat voor elkaar te krijgen. Dat vergt kennis, creativiteit en ondernemerschap. Dat maakt ons vak extra leuk vind ik.”

‘We benaderen de herontwikkeling van wijkwinkelcentra op precies dezelfde manier’

Wijkcentra

“Wat we voor de zorgsector hebben bereikt, wat betreft visie en werkwijze, is ook de manier waarop we naar het ontwikkelen van wijkwinkelcentra kijken. Het winkellandschap zal de komende decennia grondig gaan veranderen. Ook dit segment is toe aan een andere benadering om toekomstgericht te blijven. Daar lees je in dit Magazine nog wat meer over. Wij leggen de nadruk op wijkcentra, omdat dit in onze opvatting echt een specialisme is. Wat je ziet is dat de demografische ontwikkeling in wijken en dorpen een sterke vergrijzing laat zien de komende tientallen jaren. Dit heeft grote invloed op de behoeften van de mensen die daar nu en in de toekomst wonen. 

Om ook in dit segment een klantgerichte visie te ontwikkelen, zijn we eerst maar begonnen om de mens niet als ‘consument’ te zien, maar vanuit het perspectief van welbevinden te benaderen. Met andere woorden: wat heeft de toekomstige wijkbewoner, onderverdeeld in verschillende groepen, nodig om plezierig te kunnen wonen en leven in een wijk? Het gaat dan dus niet alleen over winkels, maar over een samenhangend concept van wonen, ontmoeten, welzijn, zorg en dienstverlening. Deze visie levert een heel andere samenwerking met partners als gemeente, woningcorporatie, beleggers en ondernemers op, maar komt ook terug in de inrichting van het openbaar gebied, de branchering en de woningdifferentiatie.”

“Ondanks dat ik weinig mensen tegenkom die het niet eens zijn met onze visie, merk je bij initiatiefnemers in de praktijk soms wat koudwatervrees voor de complexiteit. In deze benadering heb je inderdaad met nogal wat partijen en belangen te maken. Toch zien wij in de praktijk dat de benadering voor ons juist als motor werkt in het proces. Dat komt denk ik omdat wij heel sterk vasthouden aan de benadering van een ‘gemeenschappelijke klant’, namelijk de wijkbewoners. Alle partijen hebben er vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid belang bij dat het die klant goed vergaat. 
Trots

Ja ik ben blij dat we deze weg zijn ingeslagen. Om een aantal redenen, maar ik zal alleen de belangrijkste noemen. Ik ga zo af en toe wel eens naar een project Beschermd Wonen dat we hebben ontwikkeld voor mensen met dementie. Dan ga ik rustig zitten en kijken hoe het met de mensen gaat. Wat de sfeer is. Bewoners, verzorgenden, familie. Dat de mensen die daar wonen ondanks hun beperking nog best normaal wonen in hun eigen appartement. Dat de familie gewoon thuis op bezoek komt. En dat de mensen die er werken gast zijn en hen daarbij ondersteunen. Hier is hard voor geknokt, denk ik dan, en dan ben ik best een beetje trots.” 

Loading...