Maarten Hageraats

Maarten Hageraats
Ik heb met Maarten Hageraats en zijn begeleider, Hanz Daniel van Zorggroep Amsterdam Oost, afgesproken in de sociëteit van het Ramses Shaffy Huis. Hij rijdt binnen met zijn scootmobiel. Tijdens het voorstellen gok ik zijn leeftijd totaal verkeerd: een jaar of veertig, vijfenveertig. Maarten is 59, maar heeft een jongensachtige levenslustige uitstraling. Hij heeft er zin in. Het belooft een mooie ontmoeting te worden
Negen jaar geleden werd Maarten getroffen door een hersenbloeding waardoor hij halfzijdig verlamd is geraakt en heel moeilijk kan praten. Na een revalidatieperiode van een half jaar ging Maarten op IJburg wonen op een locatie voor beschermd wonen voor ‘mensen met een niet-aangeboren hersenletsel’. Toch kon hij in de zes jaar dat hij daar woonde zijn draai niet vinden. ”Saai!”, is de bondige beschrijving die hij er voor heeft. Hanz Daniel is aangeschoven om Maarten aan te vullen als hij zich niet goed kan uitdrukken, maar dit blijkt tijdens het gesprek niet nodig. We hebben de tijd. Als Hanz af en toe bijspringt om aan te vullen of te verduidelijken wordt hij met lichte irritatie gemaand dat vooral niet te doen: ”Ik kom er zelf wel uit!”

Maarten zoekt naar woorden om zich uit te drukken in korte formuleringen. Zijn wijsvinger gaat regelmatig met een glimlach omhoog ten teken dat de zinsconstructie bijna voltooid is. 
Hij werd geboren in Apeldoorn en woonde met zijn ouders vervolgens in Arnhem en Bussum, waar hij vanaf zijn vijfde jaar heeft gewoond. Hij kon goed leren. Ging naar het VWO maar hield het na het vijfde jaar voor gezien. ”Geen zin meer”, lacht hij. Hij vertrok liftend naar Israël, woonde in Griekenland, in Frankrijk. ”Beetje werken, gitaar spelen, sinaasappels plukken.”  Maar een zwervend bestaan vervulde hem uiteindelijk niet. ”Ik werd ongelukkig. Ik kende mezelf niet. Op mijn 22e ging ik bij de Bagwan en woonde enige tijd in Heerde”, lacht Maarten. ”Aparte tijd”.

”Na je hersenbloeding
ben je ineens je ziekte. 
Maar ik wil aangesproken
worden op wat ik het liefst doe.”

Maarten werkte als filmregisseur tot hij de fatale hersenbloeding kreeg. ”Daarna ben je ineens je ziekte”, vertelt Maarten. ”Je woont met mensen die dezelfde aandoening hebben, je kunt je beroep niet meer uitoefenen en je wordt wat bezig gehouden. Je moet geluk hebben dat er iemand woont waar je een klik mee hebt’.” 

Maarten meldde zich aan bij het Ramses Shaffy Huis. Muziek maken was altijd een leuke hobby, maar werd na de hersenbloeding steeds belangrijker. Hij ging zelf teksten schrijven bij zijn eigen muziek en zocht contact met andere muzikanten om mee samen te werken. ”Ik wil aangesproken worden op wat ik het liefst doe”, vertelt Maarten. ”Door de attaque kan er veel niet meer in de communicatie, maar door de muziek juist wel. Ik voel me er heel relaxed bij.  We zijn hier als kunstenaars bij elkaar. Je inspireert elkaar. Je zit in een sfeer van oké …. Doorgaan! Dat is belangrijk. Je hebt publiek en je kunt elkaar helpen.” Hanz Daniel lacht. ”Dat is toch mooi!” In april 2018 bracht Maarten zijn eerste CD uit met eigen Nederlandstalige muziek. Hij werkte daarvoor samen met jazzpianist Cajan Witmer. Naar verwachting verschijnt begin 2019 een volgende CD met een zelfgeschreven repertoire.
Hanz kan het zich goed voorstellen. Hij is zelf beeldend kunstenaar en weet hoe belangrijk het is om de manier waarop je je in de kunst wilt uitdrukken kunt delen met anderen. Op de vraag wat Hanz voor hem betekent is Maarten wederom resoluut: ”Klik!” De relatie is wederzijds. “We luisteren naar elkaar. We vinden het allebei mooi om over dingen te praten die ons bezighouden. Dat gaat vaak heel diep. Over de dood, over waanzin. Als ik huil, is het omdat ik me wel eens alleen voel. Kunstenaars zijn ook enorme individualisten”, zegt Maarten. ”Daarom is Hanz belangrijk voor me. Niet om me praktisch te helpen, maar om ideeën en visies uit te wisselen.”

Corbijn staat klaar om foto’s te maken. Ik vraag of hij nog wat voor ons wil spelen. ”Boek halen”, zegt Maarten en komt even later terug met tekst en muziek. Met één hand bespeelt hij de piano. Het is wonderbaarlijk. Terwijl tijdens het gesprek de woorden moeilijk kwamen, vloeien de zinnen nu moeiteloos samen met de melodie en vertelt Maarten zijn verhalen.”

Loading...