Woningcorporatie Staedion is wel degelijk 'van de zorg'

Woningcorporatie Staedion is wel degelijk 'van de zorg'
In Nederland denken bestuurders van woningcorporaties heel verschillend  over of ze nu wel of niet ‘van de zorg’ zijn. Willem Krzeszewski, bestuursvoorzitter van woningcorporatie Staedion in Den Haag, is duidelijk over de koers van zijn organisatie. ”Wij zijn er voor alle huurders, zeker ook als ze een ondersteuningsvraag hebben!”
Willem Krzeszewski heeft tijdens het gesprek geen lange aanloop nodig om tot de kern van zijn visie te komen: ”We zijn met ruim 36.000 woningen sterk vertegenwoordigd in de woningmarkt van Den Haag. Onder een deel van onze huurders is er gebrek aan zelfredzaamheid en is er sprake van verborgen eenzaamheid. Dit aantal mensen groeit, onder andere door de vergrijzing. We hebben het nu zo geregeld in Nederland dat veel mensen de weg naar noodzakelijke ondersteuning niet goed weten te vinden of dat de noodzakelijke ondersteuning niet gecoördineerd en samenhangend wordt aangeboden. Dat zorgt voor  allerlei problemen wat betreft leefbaarheid. Mensen krijgen het voor zichzelf niet meer goed geregeld en dat heeft invloed op de manier waarop  mensen met elkaar samenleven. Ik voel mij daar verantwoordelijk voor als het om de wijken gaat waar wij veel woningen hebben en het dus om onze eigen huurders gaat.’
Hoe krijgt dat gevoel van verantwoordelijkheid vorm binnen Staedion?
”We hebben een aantal verpleeg- en verzorgingshuizen in onze portefeuille die zijn ontwikkeld in een tijd dat de zorgorganisatie dicteerde hoe het gebouw eruit moest zien en er een huurcontract voor lange tijd werd afgesloten. Deze projecten slopen we de komende jaren voor nieuwbouw. We zijn met de zorgorganisaties in gesprek over de manier waarop we dat willen doen, maar we zitten niet altijd op dezelfde golflengte. Zowel de zorgorganisaties als wij zijn systeemdenkers. Het gaat over exploitatie, kosten, m2-prijzen, onrendabele top, woningwet, ZZP’s, NHC-vergoedingen. Noem maar op. Als je met die uitgangspunten plannen bedenkt, schuurt het langs elkaar heen en levert het producten op waar niemand gelukkig mee is. Dan krijg je de situatie dat iemand in je organisatie vindt dat een BOG-contract (Bedrijfs Onroerend Goed) het best past bij mensen met een beperking, omdat je ze er dan gemakkelijker kunt uitzetten. Ik vind dat vreemd en mensonterend. Om tot goede, mensgerichte concepten te komen, werken wij daarom al geruime tijd samen met Anneke Nijhoff van FAME. Samen geven we inhoud en sturing aan dit complexe proces. Dat heeft twee verschillende woonconcepten opgeleverd die aansluiten bij de specifieke wensen van onze huurders en onze eigen criteria voor huisvesting: een woonconcept voor mensen met een intensieve zorgvraag en een woonconcept voor mensen die, naast een toegankelijke woning, ook ontmoeten, welzijn, zorg en diensten nodig hebben. Op basis van deze concepten zijn we met allerlei partijen in gesprek en dat gaat heel verdienstelijk.”

"Je zou veel problematiek vast en zeker een zorglabel kunnen geven, maar voor mij zijn het gewoon onze huurders."

Hoe ver ga je als corporatie mee in de levering van zorg en diensten?   
”Kijk, onze primaire rol is kwalitatief goede huisvesting bieden met een betaalbare huur voor mensen met een laag inkomen. Als onze rol daarmee zou volstaan, zou het wat mij betreft prima zijn. Maar dat is in de praktijk niet altijd zo. Daar kom je in eerste instantie achter doordat onze medewerkers te maken hebben met ‘incidenten’: een woningbrand, vuilnis dat in de berging blijft staan, burenruzie, aanvragen voor het aanpassen van woningen, noem maar op. Als je die voorbeelden door een ‘zorgbril’ bekijkt, kun je het vaak vast en zeker een label geven als dementie of psychiatrie. Maar het zijn in mijn ogen gewoon onze huurders. Als je zicht wilt krijgen op de wereld die daarachter verborgen ligt, moet je onderzoek doen. Wij zien bij onze huurders een toename van problemen. Eenzaamheid, mensen die in zichzelf gekeerd raken, agressiviteit. Binnen de huidige contouren van de wet proberen we zo veel mogelijk te signaleren en door te verwijzen naar instanties. Maar er komt te veel herhaling voor omdat signaleren en doorverwijzen te weinig oplost en systemen langs elkaar heen werken en elkaar de bal toeschuiven. Het kwaad is dan vaak alweer geschied. Daar zijn wij niet bij gebaat en de gemeente en al die zorg- en welzijnsorganisaties ook niet. Er is veel meer behoefte aan coördinatie. Ik ben er echt van overtuigd dat we heel veel kunnen voorkómen, terwijl onze huidige systemen volledig zijn gericht op het oplossen achteraf. Deze taak ligt formeel misschien primair bij de gemeente, maar zo werkt het in de praktijk kennelijk niet! De mensen bellen vaak liever ‘de woningbouw’ als er iets speelt. Voor onze organisatie is het mijn visie dat wij onze huurders niet doorverwijzen, maar faciliteren. Op een manier die het voor de mensen een stuk eenvoudiger maakt persoonlijk toegang te krijgen tot faciliteiten en ondersteuning. We bieden daarmee niet zelf de zorg en diensten, maar zijn wel degelijk het loket en de coördinator.

"Mensen bellen liever ‘de woningbouw’ als er iets speelt."

In welke mate word je in de praktijk belemmerd door wet- en regelgeving?
”Wetten en regels zijn natuurlijk wel relevant, maar kom nou eerst eens met een visie. We hebben te maken met een toenemende leefbaarheidsproblematiek onder onze huurders en doordat systemen langs elkaar heen schuren, vindt er op een steeds grotere schaal uitsluiting plaats. De basis van mijn visie is: wij kunnen als corporatie het systeem vereenvoudigen, want onze huurders zien ons toch al als eerste aanspreekpunt bij problemen. Dat dit uitvoerbaar is en voor iedereen goed werkt, hebben wij op een heel mooie manier gezien bij een woningcorporatie in Birmingham. Dat voorbeeld heeft ons echt geïnspireerd. Volgens de Nederlandse Woningwet mogen wij alleen signaleren en doorverwijzen en geen producten aanbieden. Of wij wel een loket mogen zijn met een coördinerende functie is een grijs gebied. Wij mogen wel huisvesting aanbieden voor ondersteunende diensten, mits dit niet meer dan 10% is van het totaal. We mogen gemiddeld niet meer dan € 129,- per sociale huurwoning besteden aan leefbaarheid, inclusief de kosten van huismeesters. Die normen werken natuurlijk niet overal op dezelfde manier en het gaat al helemaal niet over de mens. Het is dus onze uitdaging om, op basis van visie en concrete initiatieven, aan de politiek te laten zien dat het op een verantwoorde manier beter kan. De Woningwet wordt hier naar verwachting op aangepast.”
Waar staat Staedion nu in dit proces?
”We hebben al veel gedaan, maar we staan aan het begin! In het ontwikkelen van visie en concepten hebben we met FAME mooie stappen gemaakt in de afgelopen jaren. Nu moeten we ook daadwerkelijk de bewoners centraal stellen in alles wat we doen. Dit krijgt onder andere vorm door voortdurend en intensief bewonersonderzoek, digitalisering van klantcontacten, systeemverandering door het inzichtelijk maken van ‘klantreizen’ en de contactpunten daarop afstemmen. We ontwikkelen nieuwe samenwerkingsverbanden met maatschappelijke organisaties en richten arrangementen in voor onze bewoners. Ik droom van een eenvoudig telefonisch keuzemenu voor onze bewoners. Als ze ons nu bellen, moeten ze kiezen uit acht technische onderwerpen. Als we het goed doen, zijn er straks twee over: 1. Hebt u een vraag over een gebrek aan de woning? en 2. Hebt u een andere  vraag?  Of als we op huisbezoek komen, bieden we een ‘menukaart’ aan met persoonlijke wensen die dan via ons geleverd kunnen worden door de maatschappelijke organisaties. Er is nog veel werk aan de winkel!”
Dit interview is gepubliceerd in FAME Magazine 2019 >

Loading...