Van verblijf in een zorginstelling naar gewoon wonen in de samenleving

Van verblijf in een zorginstelling naar gewoon wonen in de samenleving
Eigen regie, veiligheid, ontmoeten, diensten en zorg. Deze kernwaarden, gebaseerd op de woonwensen van (dementerende) ouderen, vormen de vijf pijlers van het woonconcept voor beschermd wonen van FAME. Daarmee laten we de institutionele zorg zoals we die gewend zijn helemaal los. Niet meer denken vanuit de ziekte of aandoening, maar vanuit de kwaliteit van leven en de behoefte van mensen. Want mensen willen niet verblijven in een zorginstelling, maar gewoon wonen op een wijze die bij ze past. Helemaal als je leefwereld door gezondheidsproblemen steeds kleiner wordt.
Anneke Nijhoff is als senior conceptontwikkelaar wonen & services nauw betrokken bij de ontwikkeling van het woonconcept. De kiem is gelegd in de vijfentwintig jaar dat ze zelf in de zorg heeft gewerkt. ‘Ik heb eerst in een aantal verzorgingshuizen gewerkt en daarna in verschillende verpleeghuizen. Ook toen had ik al veel affiniteit met mensen met dementie. Ik heb me altijd verbaasd over het institutionele denken van waaruit we in Nederland de zorg hebben geregeld. Als het niet goed met je gaat, verhuizen we je van je eigen huis naar een zorginstelling. Ik heb verpleeghuiszorg altijd waardevol gevonden omdat je daar multidisciplinair naar een zorgvraag en ondersteuningsbehoefte kijkt en kennis en ervaring bundelt. Daar hecht ik heel veel waarde aan, maar ik heb altijd vraagtekens gehad bij de huisvesting. Ik kom nog uit de tijd dat mensen op een zespersoonskamer lagen en dat we van zespersoons- via vierpersoons- naar twee- en eenbedskamers gingen. Het leek een vooruitgang, maar het bleven verpleeg-huiskamers met bedden. Al die tijd dat ik in de zorg werkte, heb ik me beziggehouden met de vraag: ‘Hoe kunnen we dat instituut nou menswaardiger maken?’ Uiteindelijk heb ik besloten ontslag te nemen in de zorg en ben ik voor woningbouwcorporaties gaan werken. Sinds 2009 houd ik me bij FAME bezig met de ontwikkeling van dit concept. Dat doe ik in samenwerking met ZZG als een van onze opdrachtgevers voor dit woonconcept. Mijn drive is dat wonen, ook voor mensen met dementie, zo gewoon mogelijk moet zijn. Dus niet verblijven in een instituut maar gewoon wonen. Met het woonconcept voor beschermd wonen zoals we dat ontwikkelen, bieden we een menswaardig en financieel haalbaar alternatief voor het verpleeghuis. En dit woonconcept is ook geschikt voor andere doelgroepen die door deze integrale aanpak van wonen met diensten en zorg de mogelijkheid hebben om hun eigen leven te blijven leiden.’

“Hoe kunnen we dat instituut nou menswaardiger maken?”



 
Veranderde klantwens
‘De belangrijkste aanleiding om de transitie te maken van institutionele verpleeghuiszorg naar wonen in de samenleving is de veranderde klantwens. We hebben mensen met dementie heel lang gezien als een eenduidige groep, ouderen met dezelfde ziekte. Vanuit die aandoening en de leeftijd werden mensen gegroepeerd. En daar geloof ik niet in. Want alleen de aandoening en de leeftijd geven niet de overeenstemming tussen mensen die nodig is om het goed te hebben met elkaar. Daarvoor moet je de eigen manier van leven als uitgangspunt nemen. Met name bij dementie is die eigen manier van leven belangrijk want als je dementie hebt, ervaar je dat de wereld om je heen gek wordt. Niets is meer wat je dacht dat het was. Dan kom je in een verpleeghuis met lange gangen en veel deuren waarvan je niet weet wat erachter zit. Je komt mensen tegen die je niet kunt duiden, sommigen in uniform. Een man vertelde me eens dat hij dacht te worden vastgehouden door die uniformen. De witte brigade, noemde hij ze. ‘Er zit hier een witte brigade en de deur is op slot’. Dat zijn vervreemdende elementen. In die transitie van institutioneel naar gewoon wonen neem je dus niet de ziekte, maar de eigen manier van leven als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat mensen gewoon hun eigen appartement hebben, in hun vertrouwde woonomgeving, dat ze met eigen meubels en dierbare bezittingen kunnen inrichten. Dat wil ook zeggen dat ze actief kunnen blijven in die vertrouwde omgeving. Je kunt bijvoorbeeld gewoon naar je eigen kerk gaan in plaats van naar een kerkzaal in het grote, regionale verpleeghuis. Dat geldt eigenlijk voor alle sociale activiteiten of interesses. Waar het nog kan, blijf je betrokken en zo mogelijk zelfs maatschappelijk actief.’
Van woonwensen naar kernwaarden
‘Woonwensen van ouderen zijn natuurlijk niet eenduidig, maar uit diverse onderzoeken en vele persoonlijke gesprekken, hebben we vijf kernwaarden benoemd en die vertaald naar het eigen appartement en de bijbehorende woonomgeving. Mensen willen allereerst zelf de regie over hun leven behouden. Daarnaast willen ze een veilige woonomgeving waar ze spontaan mensen kunnen ontmoeten, diensten kunnen afnemen en zorg kunnen inroepen als dat nodig is. Liefst van een klein team van mensen die ze kennen. Daar is het gebouw op ontwikkeld.’
Het woonconcept
‘Het woonconcept bevat een eigen appartement, verschillende plekken om mensen te ontmoeten en een woonkeuken/buurtkamer voor gezamenlijk gebruik voor van acht of negen bewoners. Tussen de buurtkamers en het cluster van appartementen is een directe relatie. Veiligheid is een belangrijk onderdeel. Fysieke veiligheid, maar ook sociale veiligheid door de deskundige ondersteuning en het kunnen behouden van je eigen levenswijze.
We gaan uit van een appartement van 45m² omdat daar een woonkamer met keukenblok, een aparte slaapkamer en eigen sanitair in past. Alles is ingericht op behoud van eigen regie. De kranen in de douche bijvoorbeeld, zijn zo gemonteerd dat je ze zittend kunt bedienen, waardoor je zonder hulp kunt douchen wanneer jij dat wilt. Verder heeft ieder appartement een eigen voordeur en huisnummer en een keukenraampje naar het leefgebied buiten het appartement. Daardoor zie je mensen voorbij komen en kunnen medewerkers een oogje in het zeil houden, een belangrijk onderdeel van de sociale veiligheid. Dat gebeurt natuurlijk alleen als mensen daarvoor kiezen. Er zijn ook bewoners die er een rolgordijn voorhangen. Een ander belangrijk element is daglicht. Op alle plekken in het gebouw zie je daglicht, omdat het eerste dat je kwijtraakt bij dementie, je besef van tijd is. Je gaat alleen de deur uit als je je veilig voelt. Zie je alleen maar kunstlicht dan weet je niet of het dag, avond of nacht is. Dat is verwarrend. Het is ook een concept zonder lange gangen, maar met ontmoetingsplekken die de buurtkamers met de appartementen verbinden. Daar is het aangenaam toeven en je komt er je buren tegen. De buurtkamer is een soort grote eetkeuken waar je elkaar georganiseerd kunt ontmoeten, bijvoorbeeld om samen te koken en te eten. Heb je het daar wel weer gezien, dan ga je gewoon terug naar je eigen appartement of je zoekt een andere ontmoetingsplek op.’
Transformatie van zorg
‘Als je een dergelijk woonconcept wilt realiseren als zorgorganisatie, dan is het heel erg belangrijk dat je ook je organisatie van zorg wilt transformeren. Want daar moet de belangrijkste transitie plaatsvinden wil het daadwerkelijk van verblijf naar wonen gaan. De dag van ouderen in een traditioneel verpleeghuis wordt nog te veel bepaald door het dienstrooster van de medewerkers. In de nieuwe situatie maakt het traditionele taakgerichte werken in wit uniform plaats voor ondersteuning van ouderen bij hun eigen manier van leven, bij voorkeur in kleding die niet oogt als een uniform. Voor een goede, persoonlijke begeleiding, is het belangrijk dat het professionele, multidisciplinaire team nauw samenwerkt en de bewoners en hun persoonlijke leefgewoontes door en door kent. Ook de afstemming en samenwerking met familie, vrienden en de rest van het sociale netwerk van de bewoner, is heel belangrijk. De praktijk bij al gerealiseerde projecten laat zien dat dat heel goed lukt als je met een klein, vast team om een buurtkamer heen werkt. Opvallend is ook dat mensen veel meer tijd doorbrengen in hun eigen appartement dan verwacht. Ze ervaren het echt als hun eigen huis en thuis. Dat geldt ook voor de kinderen en kleinkinderen die vaker en met meer plezier op bezoek komen en ook meer verantwoordelijkheid nemen. Ze nemen die eigen verantwoordelijkheid in het schoonhouden van het appartement, ondersteuning bij sociale activiteiten, ook buiten de deur en in de zorg. ‘Ik kom weer bij mijn moeder thuis’, zei een dochter laatst tegen me. Een medewerker meldde dat er een reductie is in medicijngebruik, vooral van medicatie die ouderen krijgen om rustig te worden. Dat zijn allemaal elementen die van toegevoegde waarde zijn voor de kwaliteit van leven en daarom word ik er zo blij van. De visie en het concept zoals we die met elkaar ontwikkeld hebben, werken dus in de praktijk. Ook bedrijfsmatig. Beide al gerealiseerde woonvormen hebben een forse wachtlijst. Dat is met name omdat kinderen het een geschikte woonvorm vinden voor hun ouders. Maar ook omdat de huidige bewoners heel tevreden zijn en dat vertelt zich door.’

‘Ze ervaren het echt als
hun eigen huis en thuis.’

Betaalbaar en rendabel
Het woonconcept voor beschermd wonen van FAME is ook financieel al helemaal klaar voor de scheiding van wonen en zorg en de verander-ende financiering van de zorg. ‘Bezuinigingen zijn nodig. In het huidige intramurale systeem, gefinancierd vanuit de AWBZ, heet alles zorg: eten, drinken, schoonmaak, verzorging, verpleging. In het woonconcept hebben we de AWBZ die het verblijf in een verpleeghuis vergoedt al helemaal achter ons gelaten. In plaats van intramurale financiering gaan we naar een integrale aanpak van en contractuele scheiding tussen wonen en zorg. Mensen worden weer zelf verantwoordelijk voor de woonlasten van hun eigen appartement. Dat appartement voldoet aan alle criteria van een sociale huurwoning, zodat huurders met een laag inkomen in aanmerking komen voor huurtoeslag. Daarnaast kunnen bewoners gebruik maken van integrale arrangementen van zorg en diensten, gekoppeld aan het huurcontract en ingevuld naar persoonlijke behoeften. De arrangementen worden betaald via een indicatie, met eigen middelen of een combinatie van beide.’
We ontwikkelen door
‘Het concept voor beschermd wonen zoals het er nu ligt is geen eindproduct of blauwdruk. Er zijn namelijk verschillende factoren die van invloed zijn op het eindproduct. De directe woonomgeving van de locatie, bijvoorbeeld, en de sociale en culturele achtergronden van de wijk. Ook de beschikbaarheid van andere maatschappelijke voorzieningen waar we een verbinding mee kunnen maken en de samenwerking tussen zorgaanbieders om meer doelgroepen te bedienen, zijn bepalend voor de invulling van het concept ter plaatse. Zo is er nog een aantal factoren. Al werkende komen er iedere keer nieuwe inzichten bij, ingebracht door woningcorporaties, zorginstellingen en onze eigen mensen. Dus ons model groeit en ontwikkelt zich cyclisch. We evalueren doorlopend op zowel product als proces. Daarbij spelen we steeds opnieuw in op de veranderende behoeften van de (toekomstige) klant en onze opdrachtgevers en op de nieuwe maatschappelijke opgave die is ontstaan door de huidige ontwikkelingen in wonen en zorg.’
Interview afkomstig uit FAME Magazine 6

Interview afkomstig uit FAME Magazine 6


Loading...