ZZG zorggroep: woonbegeleider dementie

ZZG zorggroep: woonbegeleider dementie
Tegen het centrum van Nijmegen, tussen een hotel, studentenflat en luxe appartementencomplex in, ligt Juliana. Een locatie met vier woongroepen van ZZG zorggroep. Het gebouw ziet er splinternieuw uit. Dat verrast me; bij ouderenzorg denk ik toch aan een groot, saai en donker complex. Binnen, op de 1e verdieping, valt de lange gang gelijk op. Rustige maar frisse kleuren, gecombineerd met nostalgische meubels.

Sonja Engelaar, woonbegeleider, komt vrolijk op me af. Ze heeft zichzelf vandaag boventallig ingeroosterd, zodat ze alle tijd heeft mij rond te leiden en uitleg te geven. Samen drinken we uitgebreid een kop koffie, waarbij ze de ene anekdote na de andere uit haar mouw schudt. Deze bevlogen vrouw werkt overduidelijk al jarenlang in dit vak.
Het wordt me al snel duidelijk waarom Sonja met ouderen met dementie werkt. Ze heeft, naar eigen zeggen, een enorme drang om hun welbevinden te vergroten. Haar hart ligt met name bij het sociale aspect, niet zozeer bij de verpleegkundige handelingen. ‘Ik vind het fantastisch om om te gaan met situaties waarbij er met vazen wordt gesmeten of iemand in de hoek staat te plassen. Om diegene gerust te stellen, weer kalm te krijgen en een veilig gevoel te geven. Daar doe ik het voor’. Ik zie haar ogen oplichten en weet: Sonja zit helemaal op haar plek.

In de woonkamer, halverwege de gang, zie ik de slingers nog hangen: afgelopen vrijdag vierden ze het driejarig bestaan van Juliana. Nu kijken een paar bewoners rustig naar de tv. Een charmante oudere man, Marinus, komt aangelopen met zijn rollator. Een tv-kijkende bewoner zegt: ‘Dag. Hoe is het?’, Marinus grapt terug: ‘Ja, ik leef nog hè’. Hij zit altijd vol grappen en verhalen blijkt al snel. Ik stel mij aan hem voor, waarop hij reageert: ‘Ik ben Marinus. Niet vergeten hè!’.
Touringcar

Bewoner Marinus vertelt graag over zijn periode als touringcarchauffeur. Als een rasechte verhalenverteller, met een spannende opbouw en sappige details, hang ik in eerste instantie aan zijn lippen. Marinus vertelt over zijn opvliegende baas: ‘En? Heb je beschadigingen gereden? Want dan maak je kennis met mijn vuist, snotneus!’ Marinus moet er hartelijk om lachen, terwijl hij zijn vuist heft. Hij lacht nog harder als hij toevoegt: ‘Toen heb ik hem zelf maar een stomp gegeven. Haha!’ Sonja en ik lachen vrolijk met hem mee.

Uit de hoek klinkt de stem van medebewoner Jo: ‘Ja, nu is het wel genoeg. Dit verhaal horen we de hele dag al.’ En stiekem moet ik Jo gelijk geven. De eerste twee keer kan ik hartelijk lachen om zijn verhaal, maar de derde keer raak ik een beetje verveeld. De vierde keer zoek ik eerlijk gezegd naar een manier om onopvallend weg te kunnen gaan, zonder hem te kwetsen. Wat een diep respect heb ik voor Sonja, die geduldig blijft luisteren en probeert het gesprek wat bij te sturen.

Als we naar de keuken lopen, fluistert Sonja dat ze er pas onlangs achter kwam dat Marinus nog twintig jaar bij een verzekeraar heeft gewerkt. Maar dat is hij vergeten. Het zijn de gevolgen van zijn dementie. Desondanks moeten we erom glimlachen. Terwijl we hem op de achtergrond vrolijk verder horen vertellen over zijn avonturen op de bus.
Incontinentiemateriaal

In Juliana heeft elke bewoner een eigen appartement. Een woongedeelte met keukenblok, slaapkamer en badkamer met toilet. Ze houden de meubels uit hun oude huis, zo blijft het eigen en vertrouwd.

Sonja zucht bijna onhoorbaar als ze op een bed incontinentiemateriaal ziet liggen. Alvast klaargelegd voor de nacht. Ze legt het materiaal in een kast en ik merk dat ze grote waarde hecht aan de beleving van de bewoners. En dat van hun naasten. Ze denkt aan de ervaring van kleinkinderen. Woont opa in een appartement, of in een eng tehuis waar je allerlei medicijnen en grote-mensen-luiers ziet liggen?

Niet voor niets is Sonja begonnen met de opleiding Gespecialiseerde Verzorgende Psychogeriatrie. Om beter te kunnen onderbouwen wat ze al vanuit haar werkervaring doet: meer kwaliteit van leven stimuleren bij de bewoners. En om weg te blijven van het hospitaliseren.

‘Dat hospitaliseren is zo erg! We moeten juist de normen en waarden van deze generatie ouderen volgen. Waarom zouden we onze normen aan hen opdringen? Eisen dat ze iedere dag zouden moeten douchen, terwijl zij hun hele leven al gewend zijn zich dagelijks aan de wastafel te wassen? Als een bewoner het wil, kan hij hier iedere dag onder de douche. Maar het hoeft niet. Ik wil hem niets opdringen. En door creatief te zijn, bijvoorbeeld de afwas te laten doen in een teiltje met warm water, worden de handen ook wel schoon. Dan gooien we de kopjes daarna desnoods nog even door de vaatwasser,’ knipoogt ze naar me.
Hutspot

Voor de keuken zie ik een parade aan rollators. Keurig geparkeerd. Ik schiet in de lach, ook door de zelfgemaakte parkeerborden op de ramen. Het zie beelden voor me van de plaatsen waar de rollators zouden staan zónder de parkeerborden.

Ik zie bewoners Marinus en Jo met hun medebewoners aan de lange eettafel in de keuken zitten. Ze smullen van de verse hutspot, rauwkost en stoofvlees. Vanmorgen vers gemaakt door een van de woonbegeleiders. Ze eten hier warm ’s middags. Omdat de bewoners dit hun hele leven zo gewend zijn.
Zelf weer lopen

Na de lunch vraagt een collega om hulp. De oorthermometer blijkt kapot te zijn en de temperatuur van bewoner Jo moet worden gemeten. Ze voelt zich niet fit. Het apparaat geeft continu 99 graden aan. Sonja pakt het aan en schiet in de lach: ‘hij staat op Fahrenheit!’.

Jo pakt vervolgens haar rollator en schuifelt moeizaam vooruit om naar het toilet te gaan. Ik zie Sonja bezorgd meelopen; ze is bang dat Jo zal vallen door pijnklachten na een eerdere val. Een tijd lang zat ze in een rolstoel. ‘Loop je nou gewoon zelf Jo?’, reageert ze verrast. ‘Ja. Wie loopt er anders voor mij?’, is het nuchtere antwoord. En zo zie ik ze keuvelend naar haar appartement lopen. Later vertelt Sonja me dat dit moment voor haar heel betekenisvol was. Het feit dat Jo weer ging lopen en daar zelf zo blij mee was.
Huiskamergevoel

De middag vordert, we drinken koffie met bewoners aan tafel. Ik krijg de Tovertafel gedemonstreerd en zie familieleden op bezoek komen bij hun vader of moeder. Heerlijk samen zitten op het balkon in de zon. Ik moet goed opletten om te zien dat de zorg door gaat. Dat de bewoner die rustig wegloopt met Sonja’s collega, moet douchen en een schone pantalon krijgt. Ik zie een donkere kring op zijn broek. ‘Is hij incontinent?’, fluister ik. ‘Ja, hij had een ongelukje. Maar daar kijken we niet van op hoor’, reageert ze. En dat is de werkelijkheid van het werken in een verpleeghuis. Ik neem afscheid van Sonja en hoor haar met een paar bewoners uit volle borst meezingen met Wim Sonneveld: ‘…en laaaaaaangs het tuinpad van mijn vaaaaaaader…’ .


Dit blog is met de grootste zorgvuldigheid geschreven door Eveline Bouwman en ter akkoord voorgelegd aan Sonja Engelaar. Alle genoemde en afgebeelde personen zijn met toestemming. Bij deze wil ik Sonja, haar collega’s en alle bewoners van ZZG zorggroep, locatie Juliana, nogmaals hartelijk bedanken voor hun gastvrijheid.
Organisatie: ZZG zorggroep, locatie Juliana, Nijmegen
Naam: Sonja Engelaar (55)
Functie: woonbegeleider, verzorgende 3 IG
Sinds: 2016 (1983 bij ZZG zorggroep)
Cliënten: 9 ouderen met dementie

Loading...