EIGENTIJDS kleinschalig wonen in de praktijk

EIGENTIJDS kleinschalig wonen in de praktijk
We hebben een gesprek met Jos de Jong, locatiemanager van het nieuwe project Eikenhorst in Groesbeek. In die functie is Jos integraal verantwoordelijk voor wonen, welzijn, financiën en facilitaire zaken. De Eikenhorst is voor de ZZG zorggroep de eerste gerealiseerde woonvorm voor mensen met een intensieve zorgvraag die volledig is voorgesorteerd op het scheiden van wonen en zorg. Het project is tot stand gekomen na een intensief en grensverleggend voortraject. Jos de Jong is één van de mensen die tijdens het ontwikkelproces intensief betrokken is geweest om vanuit zijn praktijkexpertise mede vorm te geven aan het totaalconcept. Het project is vanaf mei 2012 operationeel. Wat we graag van Jos willen weten is hoe het project nu in de praktijk functioneert. Kloppen de vooronderstellingen die ten grondslag liggen aan het concept? En wat zijn verbeterpunten?
Wat waren de vertrekpunten bij de ontwikkeling van dit nieuwe woonconcept?
‘Het verpleeghuis dat we naar dit nieuwe project hebben getransformeerd was een klassiek verpleeghuis met meerbedskamers, gemeenschappelijk sanitair, grote algemene ruimten, enzovoort. We hebben als zorgorganisatie het strategische besluit genomen een alternatief te creëren voor het traditionele verpleeghuis, gebaseerd op de toekomstige scheiding van wonen en zorg, ook voor de zwaarste doelgroepen (ZZP 5 t/m ZZP 8). Dat betekent dat je een fundamentele visie moet ontwikkelen op basis waarvan je de concepten gaat uitwerken. Wat je bij jezelf en het team merkt is dat je behoorlijk vastzit aan ingesleten denkbeelden over ‘hoe het werkt’ en ‘wat goed is voor de cliënt’. Centraal in de nieuwe visie staat, dat wij als zorgorganisatie de keus hebben gemaakt niet langer meer het leven van onze cliënten over te nemen, maar ze daar naar behoefte in te ondersteunen, in dialoog met de cliënt en samen met zijn of haar sociale netwerk. Dat is een fundamentele keuze die heel veel impact heeft op onze manier van werken en de manier waarop onze cliënten moeten kunnen wonen en leven. Hieruit vloeit voort dat we ook voor de mensen met een intensieve zorgvraag geloven in scheiden van wonen en zorg, ondersteuning in de eigen regie (hoe klein die ook is) en het ondersteunen en faciliteren van een zinvolle daginvulling.’ 

‘Zorgmedewerkers ervaren
minder werkdruk’


 
Wat is nu jullie professionele observatie in de praktijk bij de bewoners zelf?
In Eikenhorst wonen mensen met een intensieve somatische ondersteuningsvraag en mensen met dementie. Voor ‘de somatiekbewoner’ lag de verbetering behoorlijk voor de hand. De mensen hebben nu een eigen woning. Ze pakken hun eigen leven op en krijgen daarbij de ondersteuning die ze nodig hebben. Voor deze cliënten is het een verademing. Nieuwe cliënten schrijven zich nu heel bewust voor deze locatie in. De grootste winst die door de bewoners zelf ervaren wordt is het behoud van de privacy en het naar eigen behoefte kunnen ontmoeten van anderen. Je ziet nog wel een verschil in de bewoners die vanuit het oude verpleeghuis zijn meegegaan en nieuwe bewoners. De eerste groep is eraan gewend geraakt dat ze voor hun daginvulling ‘vermaakt’ worden. Er wordt nu meer een beroep gedaan op het eigen initiatief.

Ten aanzien van de groep van demente bewoners was er op voorhand veel meer discussie over de werkbaarheid van dit nieuwe woonconcept. De cliëntenraad heeft bijvoorbeeld lang grote twijfels gehad bij het woonconcept voor deze doelgroep. 

‘Van overname naar ondersteuning, in dialoog met de cliënt en zijn sociale netwerk’

Waar gingen die twijfels over?
Over de vooronderstelling dat mensen met dementie geen behoefte hebben aan een eigen appartement en dat er continu toezicht nodig is op deze mensen. Dat je ze binnen de groep een vaste structuur moet geven. Maar ook dat eigen sanitair en een eigen keukenblok in het appartement niet doelmatig of zelfs overbodig is. De cliëntenraad is heel nauw betrokken geweest bij het uitwerken van het concept.

Het grootste compliment is nu, na een jaar, dat juist de cliëntenraad heel enthousiast is en onderstreept dat het concept heel goed werkt voor deze cliëntengroep. In de eerste plaats zijn familie en mantelzorg heel enthousiast. Het traditionele verpleeghuis heeft een hoge drempel en dat snap ik heel goed. Ik zou mijn eigen ouders daar ook niet graag naartoe brengen. Bij De Eikenhorst is het toch meer een gewone verhuizing, naar een eigen woning, met de eigen spulletjes. Je ziet dat familie ook frequenter komt en in het appartement op een natuurlijke manier in beperkte mate taken als schoonmaak en verzorging van ons overneemt. Toezicht is een heel belangrijk onderwerp. In het ontwerp is uiteraard nadrukkelijk rekening gehouden met een maximale transparantie door het ontwerpen van goede zichtlijnen in het gehele gebouw. We hebben als we dat willen ook een goed overzicht over de individuele appartementen, zodat we de bewoners goed kunnen volgen. We maken daarbij individuele afspraken met de familie in de vorm van een individueel toezichtplan. Wij zijn enthousiast over de manier waarop de bewoners zelf reageren. Er is veel meer rust en minder of geen angst. Je ziet het gedrag op een positieve manier echt veranderen. Bewoners dolen minder en er worden veel minder medicijnen tegen onrust gebruikt dan in de oude situatie. Er heerst een plezierige en rustige sfeer.
Wat doet dat met je? 
Ik kan je zeggen dat ik heel trots op en ook blij ben voor deze mensen. Het vroegere verpleeghuis was een plek om te vermijden. Wat je nu hoort is dat mensen het hier beter vinden dan thuis. Dat vind ik een groot compliment.
Wat is de impact van deze nieuwe woonvorm voor je eigen organisatie?
We hebben per cluster van acht bewoners met dementie een klein zelfregelend team van woonbegeleiders. ’s Ochtends van zeven tot elf uur en ’s middags van vier tot acht uur zijn er twee woonbegeleiders voor acht bewoners. Van elf uur ’s ochtends tot vier uur ’s middags is er één begeleider voor acht bewoners. De nachtdienst wordt verzorgd door één medewerker voor tweeëndertig bewoners. De woonbegeleiders hebben niveau 2 en 3 voor zorg en daginvulling. Het was in eerste instantie natuurlijk erg wennen voor onze medewerkers. Ze komen nu als het ware bij de mensen thuis en dat levert een heel andere manier van werken op. Dat geeft in het begin wel stress, maar het mooiste compliment dat we nu krijgen is dat onze medewerkers het zowel fysiek als mentaal veel prettiger vinden. Er wordt minder werkdruk ervaren.
- Natuurlijke ontwikkeling van mantelzorg
- Afnemen van werkdruk bij zorgmedewerkers
- Minder stress bij bewoners
- Minder/geen ‘doolgedrag’ bij dementerende bewoners
- Minder medicijngebruik (11-16%) ten opzichte van oude verpleeghuis
- Veel belangstelling van nieuwe bewoners (50% wachtlijst)
Interview afkomstig uit FAME Magazine 7

Interview afkomstig uit FAME Magazine 7


Loading...