Interview Jan van Swam

Interview Jan van Swam
Nadat de vrouw van Jan van Swam door een ongelukkige val tijdens het winkelen drie ribben brak en in het ziekenhuis terechtkwam ging het niet langer. Tot dat moment hadden ze het samen nog gered thuis. Maar zonder zijn vrouw in de buurt kon Jan, die lijdt aan dementie, niet langer thuis blijven wonen.
Ik heb een afspraak met Theo, de zoon van Jan, bij wooncentrum De Wollewei in Nijmegen waar Jan nu woont. Ik verheug me op het gesprek. Het luisteren naar en optekenen van de persoonlijke verhalen van mensen in een kwetsbare situatie is iedere keer weer een bijzondere en intieme ervaring. Toch ben ik een kwartiertje te laat. Ondanks dat ik ’s avonds buiten de spits heb afgesproken was het nog druk op de weg. Theo zit samen met zijn vader en een paar andere bewoners in de buurtkamer een kopje thee te drinken. De buitentemperatuur is nog heerlijk. De deur naar het ruime balkon staat open en ook daar zitten een paar mensen wat te drinken. 
‘Laten we even naar mijn vaders appartement lopen’ zegt Theo. ‘Dat praat wat rustiger’. Als ik vraag naar het leven van Jan, begint het verhaal nadrukkelijk met het beroep dat hij zijn hele werkzame leven heeft uitgeoefend. Theo: ‘Mijn vader is zijn hele leven kok geweest. Als beginnend kok werkte hij bij verschillende hotels, onder andere bij een hotel in Scheveningen. Later, bij hotel Plasmolen in Cuijk leerde hij mijn moeder kennen die daar als kamermeisje werkte. Het werk ging hem heel goed af. Hij had talent. Zo werd hij op een goede dag gevraagd om voor het koninklijk huis te komen werken. Dat deed hij naast zijn reguliere werk in een ploeg van geselecteerde koks die bij de staatsbanketten de diners verzorgde. Hij vond het werk op dat hoge niveau fantastisch en hij werkte met grote namen uit die wereld. Wat Jan typeerde is dat hij het aanbod voor een full time functie aan het hof, ondanks de eer, afsloeg. Hij was kok in hart en nieren, maar hij besloot niet voor zijn werk te willen leven. Het zou ten koste gaan van zijn gezin en dat was het hem niet waard. Tot aan zijn pensioen bleef hij werken als ambulant kok voor het koninklijk huis, maar in het dagelijks leven koos hij voor de routine van chef in verschillende ziekenhuizen. Eerst in Zevenaar en toen in Nijmegen. Dat hij er trots op was dat hij voor het koninklijk huis werkte liet hij nooit merken. Hij sprak er bijna niet over. Maar wat hij er thuis over vertelde en de verzameling van honderden dia’s van gerechten en staatsbanketten, liet zien dat dit onderdeel van zijn leven heel belangrijk voor hem was. Dat hij zelf wist dat hij goed was in zijn vak. Al nam hij z’n werk niet mee naar huis! Daar pakte hij eigenlijk alleen uit met het kerstdiner. Hij was bovendien een slechte leermeester, omdat hij niet met recepten werkte. Alles ging op gevoel.’

‘Hij werkte als kok 
voor het koninklijk huis’

 ‘M’n vader was een vrolijke man die de kwaliteit haalde uit kleine dingen. Hij genoot van zijn gezin. Hij was er voor ons. Hij was aanspreekbaar, geïnteresseerd en luisterde. Vol met van die zinnetjes als: “een zure haring kan ook niet fietsen” als iets niet lukte, of “soep, sla, koffie en de deur uit” als het restaurant een beetje tegenviel. Toch was hij daar nooit helemaal onbevangen in. Er was ook altijd een kritische noot. Had je iets goed gedaan, dan kon het altijd beter. En dat voorbeeld gaf hij zelf ook. Door hard te werken, door het altijd beter te willen, door te laten zien dat hij goed was voor zijn gezin.’

‘Er is ook tegenslag geweest die hem heeft getekend. De hardste klap die hij nooit te boven is gekomen, is het overlijden van mijn broer. Hij is maar veertig jaar oud geworden. Terwijl mijn moeder het probeerde te verwerken door er over te praten, was mijn vader er juist heel gesloten over. Eigenlijk praatte hij nooit over zijn gevoelens, maar als zoiets gebeurt moet je toch érgens met je emoties naar toe. Hij deed dat door te schrijven. Over wat er in hem om ging na het overlijden van mijn broer schreef hij een heel schrift vol. Ik heb het een keer van hem gekregen om het te lezen. Daarna hebben we het er nooit echt meer over gehad. Hij kon dat niet opbrengen. 
Een paar jaar geleden ging mijn vader achteruit. Vergeetachtig, dat soort dingen. Maar het ging best goed zo samen met mijn moeder. Die beklaagde zich er niet over. Toen ze met mijn dochter een middag aan het winkelen was in Nijmegen, is ze gevallen en brak ze drie ribben. M’n vader kon niet langer alleen thuis blijven en ging naar een crisisopvang. Het was een oud verpleeghuis. Kleine kamer, gedeeld sanitair en een grote algemene zaal. Zo’n plek waar je niet vrolijk van wordt. Eigenlijk voelde het niet goed, maar we hadden weinig keus. We wonen op anderhalf uur rijden van Nijmegen. Na een tijdje, toen bleek dat hij helemaal niet meer naar huis kon, kon hij naar een moderner verpleeghuis in de binnenstad van Nijmegen. Eigenlijk precies dezelfde situatie, maar dan frisser en moderner. M’n vader had het er moeilijk mee. En wij ook. Hij was niet gelukkig. Altijd onrustig en opstandig. Een vervelende periode. Toen De Wollewei in Nijmegen opende, kwam mijn vader in aanmerking voor een eigen appartement waar hij naar toe kon verhuizen.’

‘Ik ga met een gerust
gevoelnaar huis als ik
op bezoek ben geweest’

‘Hier woont hij heel anders dan in het verpleeghuis. Hij heeft zijn eigen appartement, met eigen meubels en persoonlijke spullen. Het appartement grenst aan een pleintje met een buurtkamer. Hij kan er zelf naartoe lopen als hij daar zin in heeft, en soms vraagt iemand of hij er bij komt zitten. Via het raam boven het aanrecht is er altijd contact. Hij heeft het naar z’n zin. Hij maakt z’n grapjes en is veel rustiger, niet zo opstandig. We zijn alleen opgehouden met het ophangen en neerzetten van foto’s van vroeger. Die haalt hij uit de lijst en steekt ze, nadat hij ze verfrommeld heeft, in z’n zak. We zijn heel erg te spreken over het team. Het is heel persoonlijk en gemoedelijk. Onlangs was de zeep bijna op en kreeg ik een mailtje dat ze het voor hem gingen halen en dat het bonnetje voor me klaar lag. Dat gaat verder dan gewoon zorgen voor mijn vader. Ik vind dat geweldig! Mijn vader is hier op z’n plek. Ik ga met een gerust gevoel naar huis als ik op bezoek ben geweest.’

Loading...